In september 2014 ben ik gestart met de bouw van een archtop gitaar ( jazz gitaar), in het Centrum voor Muziekinstrumenten Bouw te Puurs, waar ik al enkele jaren les volg. In de voorgaande jaren heb ik de richting klassieke gitaarbouw voltooid.
Mijn model baseer ik op een Ibanez, de AF 125 Amber Burst, deze heb ik momenteel zelf liggen dat ik enkele jaren geleden heb aangekocht. Ik gebruik enkel de contour van de gitaar, de welving en afwerking ga ik zelf nog bepalen.
Op de eerste dag koop ik het hout voor het bovenblad, de rug en de zijkanten.
Als voornaamste houtsoorten voor mijn gitaar ga ik gebruiken:
voor de top vurenhout, € 82,00
rug esdoorn € 88,00 en zijkanten esdoorn € 25,00Meteen beginnen we eraan, omdat de ruwe planken voor het bovenblad tamelijk dik zijn gaan we het stuk in twee zagen, zo hebben we hout voor twee bovenbladen in plaats van één.
We hebben ongeveer 20mm dikte nodig en de stukken zijn 43mm.
Op één zijde dicht bij het smalste deel gaan we een latje lijmen, dit latje gaan we dan afschaven zodat als we het stuk plat leggen dit met de tafelzaag in twee delen kunnen zagen.
Op de freesmachine plaatsen we een zaagblad en gaan dan rondom in het stuk hout inzagen.
Daarna wordt dit stuk hout met de lintzaag in twee stukken gezaagd.
Elk stuk dat we doorgezaagd hebben gaan we samen aan de dikste kant aan elkaar lijmen, daarvoor moeten we eerst een goed sluitende voeg maken.
We plaatsen één stuk in de werkbank met de te voegen zijde naar boven en gaan dit goed vlak schaven met de handschaaf, controleren op haaks en vlak.
Daarna het tweede ook schaven en het eerste dan passen op het tweede en bijwerken waar nodig tot de voeg overal perfect sluit.
Als dit overal goed zit gaan we de twee stukken aan elkaar lijmen,
één zijde insmeren met Tidebond (een witte houtlijm) tegen elkaar duwen en lichtjes heen en weer schuiven, aan de uiteinden op de voeg een klem plaatsen en dan met 4 grote spanvijzen tegen elkaar spannen, een uurtje of twee laten drogen.
In tegenstelling met klassieke gitaren waar men bijna uitsluitend warme lijm gebruikt, wordt er bij steel-string gitaren alleen koude lijm gebruikt. Men mag natuurlijk warme lijm gebruiken maar de meeste bouwers van steel-string gitaren gebruiken het niet.
Ondertussen gaan we ook de rug klaarmaken.
Deze stukken gaan we niet doorzagen omdat we er toch geen twee kunnen uithalen,
de rug gaat een grotere welving krijgen, ongeveer 20mm, totale dikte 25mm.
Eerst ook de voeg in orde brengen, op breedte zagen en lijmen.
Na het drogen thuis vlak schaven en op dikte van 25mm schaven, thuis heb ik een brede schaafmachine en dit gaat toch wat vlotter dan met de hand te schaven.
De binnenzijde van het bovenblad gaan we eerst goed vlak schaven, op de werkbank vastzetten en dwars schaven met de handschaaf, onder de dunne gedeeltes spietjes steken om niet te kantelen,
Controleren in alle richtingen,
en ook of het niet scheluw staat met twee latten,
daarvoor gebruikt met een bleke en donkere lat, op elk uiteinde legt men een lat evenwijdig met elkaar en door over de ene lat naar de andere te kijken kan men zien of de latten mooi gelijk liggen, zo niet afschaven waar het te hoog is.
Daarna het bovenblad op dikte schaven van 19mm.
Nu hebben we eerst een plan nodig van de gitaar die we willen maken.
Ik heb thuis al een mal gemaakt van de gitaarvorm die ik thuis heb, met deze mal teken ik de contour op een blad, daar zetten we ook op 2cm van de rand een tweede lijn, dit is de lijn tot waar een plat stuk komt in het bovenblad.
Op het plan tekenen we nu horizontale lijnen die het blad in 9 stukken verdelen, daarop wordt dan een deel van een cirkel getekend die de welving in de lengte van het bovenblad weergeeft, die we berekenen met een wiskundige berekening door de hoogte van de welving A ( 14mm) en de halve lengte van de welving B ( 240mm).
A2 +B2 gedeeld door 2A= 196 + 57600 = 57796 gedeeld door 28 = 2064,15 dit is dan de straal waar we de lange welving mee tekenen. Zo een grote passer hebben we niet dus doen we dit met een lange lat waar een potlood door een gaatje zit en op 2064,15mm kloppen we een nageltje door de plank in de vloer, dit gebruiken we dan als passer.
Nu kunnen we ook de welving in de breedte berekenen.
Op elke horizontale lijn kunnen we nu de afstand meten tussen lijn van de welving en de middellijn, en ook de lengte van een halve horizontale lijn, met dezelfde berekening kunnen we dan elke verschillende welving berekenen.
Voor elke welving gaan we een mal maken om te gebruiken als controle op het bovenblad.
Met de bovenfrees frees ik alle mallen thuis in het atelier.
Nu kunnen we beginnen met de afwerking van het bovenblad aan de buitenzijde. Het blad eerst van lengte maken.
Eerst gaan we een schuin vlak schaven aan de boven- en onderkant van het blad. Daarvoor tekenen we eerst een doorsnede van het bovenblad, daar zetten we dan de welving op met ons mal,daarop kunnen we dan zien welk vlak we kunnen wegschaven. Op de kopse kant een lijn afschrijven met het kruishout tot welke dikte we mogen schaven, 5mm aan de top en 3,5mm aan de onderzijde. Op de bovenzijde dan ook de twee lijnen zetten tot waar we kunnen schaven.
Als dit gedaan is met de mal de contouren van de gitaar erop zetten, met ons potlood in een rondel tekenen we de vorm 4mm groter, met de lintzaag dan uitzagen.
Op
25mm van de uitgezaagde vorm tekenen we een tweede lijn, dit is het
gedeelte dat een plat stuk blijft in de gitaar. Dit stopt geleidelijk
waar de hals aan de body vast komt.
Op de boorstandaard plaatsen we een bovenfrees machine waarmee de platte strook wordt gefreesd.

